DBC Weg ermee!

Vanaf 1 januari 2018 zal de DBC-systematiek in de Jeugd-GGZ worden beëindigd. De JW321 (declaratiebericht) en de JW322 (retourbericht) komen daarmee ook te vervallen.

Gemeenten en (Jeugd- GGZ) zorgaanbieders moeten dus weer om  tafel om afspraken te maken over het toewijzings- en declaratieproces.  Hieronder kort en bondig de belangrijkste zaken om rekening mee te houden als zorgaanbieder.

Hoe verder?

Per 1 januari 2018 zal worden overgegaan op één van de drie uitvoeringsvarianten zoals die nu ook al in de reguliere jeugdzorg en jeugd gehandicaptenzorg worden gehanteerd; output-, inspannings- of taakgericht. Vanzelfsprekend heeft dit gevolgen voor het inrichten van de productstructuur en de bijbehorende tarieven alsmede het proces rondom toewijzen en declareren.

Duidelijke afspraken over uitvoeringsvariant, berichtenverkeer en declaraties

Het protocol beëindiging DBC-bekostigingssystematiek jeugd-ggz raadt aan om in ieder geval voor 1 oktober 2017 afspraken te maken over de uitvoeringsvariant, berichtenverkeer en manier van declareren.

Let daarbij op dat de uitvoeringsvariant grote impact kan hebben op de manier waarop de geleverde zorg wordt vergoed en dat dit fundamenteel anders kan worden dan op basis van DBC’s: taakgericht (op soort subsidie basis/vaste vergoeding voor gehele zorg), inspanningsgericht (op stuks basis) of output gericht (vergoeding voor behalen van vooraf gestelde doelen/vergoeding voor afgerond traject). Zorg dat je daar goed inzicht in hebt en zorg ook dat je dat verwerkt in management- en stuurinformatie.

Ook de verzoeken om toewijzingen krijgen een andere invulling. De huidige JW315 berichten bevatten, uitgaande van de landelijke richtlijn VNG, hele summiere informatie over het behandeltraject. Alleen de productcategorie, NAW gegevens cliënt en de verwijzer zijn nodig om aanspraak te maken op een JW301 bericht.

DBC Weg ermee!

Vanaf 1 januari 2018 zal de DBC-systematiek in de Jeugd-GGZ worden beëindigd. De JW321 (declaratiebericht) en de JW322 (retourbericht) komen daarmee ook te vervallen.

Gemeenten en (Jeugd- GGZ) zorgaanbieders moeten dus weer om  tafel om afspraken te maken over het toewijzings- en declaratieproces.  Hieronder kort en bondig de belangrijkste zaken om rekening mee te houden als zorgaanbieder.

Waarom stoppen?

Sinds 1 januari 2015 valt de jeugd-ggz onder de Jeugdwet en is daarmee onderdeel van het totale aanbod van jeugdhulp in de gemeente. In de jeugd-ggz wordt inmiddels geruime tijd, ook voor de decentralisatie al, gebruikgemaakt van de DBC-systematiek voor registratie en facturatie. Bij de decentralisatie in 2015 maakten het ministerie van VWS, gemeenten (VNG) en zorgverzekeraars (ZN) de afspraak dat de DBC-systematiek tot en met december 2017 zou worden gehanteerd.

Dat leidde ertoe dat speciaal voor de DBC-systematiek de declaratieberichten JW321 en JW322 in het leven werden geroepen. De mogelijkheid om DBC’s te factureren is opgenomen in de Regeling Jeugdwet. Uit de wetstoelichting wordt duidelijk dat het gebruik van DBC’s is toegestaan, maar dat het met het oog op privacy van de cliënt een tijdelijke toestemming is. De contractering en facturering van gespecialiseerde jeugd-ggz op basis van DBC’s moet vervangen worden door een manier van factureren die – onder andere – de privacy niet schaadt en tegelijkertijd gemeenten de mogelijkheid biedt om financiële controle en toetsing uit te voeren (Protocol beëindiging DBC-bekostigingssystematiek jeugd-ggz).

Hoe te stoppen?

Gemeenten moeten voor alle cliënten die op 31-12-2017 in zorg zijn bij een Jeugd- GGZ aanbieder en waarvan de zorg in 2018 doorloopt een nieuw toewijzingsbericht (JW301) sturen met ingangsdatum 1 januari 2018.

De nieuwe toewijzing geldt voor:

  • Alle cliënten in de Jeugd – GGZ van wie de gespecialiseerde ggz zorg via de JW321 wordt gefactureerd;
  • Alle cliënten met basis ggz zorg in 2017 die nog via de JW321 wordt gefactureerd.

Het is erg belangrijk om als zorgaanbieder tijdig afspraken te maken met de verschillende gemeenten (regio’s) om deze stop zo vloeiend mogelijk te laten verlopen. Komt de informatie wat betreft cliënten in zorg overeen bij zorgaanbieder en gemeente?

De ervaring leert dat dit nogal kan verschillen. In 2015 moest de initiële vulling ook worden uitgewisseld met de gemeente waarbij gedurende het jaar voortdurend verschillen boven kwamen met vervelende, tijdrovende correcties tot gevolg.

Worden alle nieuwe toewijzingen in één keer gestuurd of wil je dit gefaseerd laten plaatsvinden? Verwacht de gemeente ook dat de zorgaanbieder nieuwe JW315 (Verzoek om toewijzing Jeugdhulp) berichten gaat sturen?

N.B. Het blijft geheel 2018 nog mogelijk om met een JW321 bericht zorg te factureren die is geleverd tot en met 31-12-2017. Tenzij in 2018 anders wordt besloten, zal het JW321 bericht definitief verdwijnen per 1 januari 2019.

Hoe verder?

Per 1 januari 2018 zal worden overgegaan op één van de drie uitvoeringsvarianten zoals die nu ook al in de reguliere jeugdzorg en jeugd gehandicaptenzorg worden gehanteerd; output-, inspannings- of taakgericht. Vanzelfsprekend heeft dit gevolgen voor het inrichten van de productstructuur en de bijbehorende tarieven alsmede het proces rondom toewijzen en declareren.

Duidelijke afspraken over uitvoeringsvariant, berichtenverkeer en declaraties

Het protocol beëindiging DBC-bekostigingssystematiek jeugd-ggz raadt aan om in ieder geval voor 1 oktober 2017 afspraken te maken over de uitvoeringsvariant, berichtenverkeer en manier van declareren.

Let daarbij op dat de uitvoeringsvariant grote impact kan hebben op de manier waarop de geleverde zorg wordt vergoed en dat dit fundamenteel anders kan worden dan op basis van DBC’s: taakgericht (op soort subsidie basis/vaste vergoeding voor gehele zorg), inspanningsgericht (op stuks basis) of output gericht (vergoeding voor behalen van vooraf gestelde doelen/vergoeding voor afgerond traject). Zorg dat je daar goed inzicht in hebt en zorg ook dat je dat verwerkt in management- en stuurinformatie.

Ook de verzoeken om toewijzingen krijgen een andere invulling. De huidige JW315 berichten bevatten, uitgaande van de landelijke richtlijn VNG, hele summiere informatie over het behandeltraject. Alleen de productcategorie, NAW gegevens cliënt en de verwijzer zijn nodig om aanspraak te maken op een JW301 bericht.

Kans op extra administratieve lasten

In een nieuwe situatie, met bijvoorbeeld uitvoeringsvariant inspanningsgericht, zal er ook een specifieke productcode moeten worden aangevraagd. Hoe wordt deze productcode bepaald? Mogelijk moet de behandelaar vooraf al inschatten of er sprake is van een licht, middel of zwaar traject. Blijkt gedurende het traject dat deze code niet meer toereikend is dan zal er weer een nieuw verzoek om toewijzing moeten worden gedaan.

Er lijkt dus extra werk aan te komen voor behandelaren en zorgadministratie. Het is verstandig om in aanvulling op de afspraken die met de gemeente zijn gemaakt ook intern voor te sorteren op de veranderingen in het werkproces. De zorgadministratie zal voorbereid moeten zijn op de nieuwe informatie die zij dienen aan te leveren in het berichtverkeer met de gemeente. In de ideale situatie wordt er voor 1 januari 2018 ook getest met het berichtenverkeer tussen gemeente en zorgaanbieder.

Regieberichten JW305 en JW307

Niet alleen het JW315 bericht zal inhoudelijk veranderen. Er zullen mogelijk ook berichten bijkomen. In de huidige situatie wordt er namelijk niet of nauwelijks gebruik gemaakt van het JW305 bericht (Melding aanvang zorg) en JW307 bericht (Beëindiging zorg). Deze berichten zijn niet noodzakelijk voor het vaststellen van de rechtmatigheid van de zorg, maar functioneren als regieberichten. Of deze berichten gestuurd moeten worden is afhankelijk van de gemaakte afspraken met de gemeente.

Belangrijke stappen

Om het voorgaande praktisch kracht bij te zetten hier de belangrijkste stappen op een rij:

  • Zorgaanbieder – Gemeente Het meest belangrijk is om tijdig afspraken te maken met de gemeente over de uitvoeringsvariant, berichtenverkeer en manier van declareren. Gebeurt dit niet dan zijn vervolgstappen niet of nauwelijks mogelijk.
  • Behandelaren – Zorgadministratie De gemaakte afspraken intern vertalen. Er gaat iets wezenlijk veranderen voor behandelaren. Zij moeten inschatten wat voor behandeltraject bij de cliënt past en gedurende het traject aangeven of de intensiteit van de behandeling verandert. Deze informatie moet worden vertaalt in productcodes naar de gemeente toe. Dit is een taak van de zorgadministratie. Het is belangrijk om met hen beiden af te stemmen hoe de communicatie plaats gaat vinden. Wat hebben zij van elkaar nodig en hoe willen ze dat ontvangen van elkaar? Daarbij is het verstandig om de zorgadministratie al kennis te laten maken met de jeugd productcodetabellen. Welke productcodes gaan waarschijnlijk veel gebruikt worden en hoe verzend je dat op een goede manier in het JW315 bericht aan de gemeente? Ook de regieberichten (JW305 & JW307) die mogelijk voor het eerst verstuurd gaan worden, moeten worden besproken en getest.
  • Zorgadministratie – Backoffice gemeente Op bestuursniveau kan alles zijn afgesproken maar als dit niet goed wordt vertaald naar werkafspraken dan kan alsnog alles spaaklopen. Laat daarom de mensen die aan de knoppen zitten werkafspraken maken met de mensen die aan de knoppen zitten bij de gemeente. Ook hier is de vraag weer: Wat hebben zij van elkaar nodig en op welke manier wil je dat van elkaar ontvangen? Niets zo vervelend als er halverwege het jaar achter komen dat er langs elkaar heen gecommuniceerd is. In de ideale situatie kunnen zij met elkaar testen.

Auteur

Chris Wildeboer

Consultant Sociaal Domein & Wmo

Blijf op de hoogte!

Chris Wildeboer

Consultant Care

©2018 Cure4 |

Werken bij Cure4 | Disclaimer | Privacy Statement | Over Cure4 | Aanmelden Nieuwsbrief
Contact